lang | lang

Mediation

Wat is mediation

Mediationclausule

Mediation film

Result mediation scan

Jurisprudentie

Tarieven

Route Planner

Taak van de mediator

Tuchtcommissie Stichting Tuchtrechtspraak Mediators, 9 maart 2004, eerste zaak', bekend uit ADR Actueel, 2005, nr.1, p.24
Klacht ongegrond verklaard, voorzover deze het verwijt inhield dat de mediator zich onvoldoende had ingespannen om een vergelijk te bereiken. Er was naar het oordeel van de Tuchtcommissie niet gebleken dat sprake is geweest van wanprestatie aan de zijde van de mediator'.

Tuchtcommissie Stichting Tuchtrechtspraak Mediators, 9 maart 2004, derde zaak', bekend uit ADR Actueel, 2005, nr.1, p.26
Tuchtcommissie oordeelt op grond van de feiten dat van een evenwichtige behandeling van het geschil (vgl. art. 4, 3 NMI Gedragsregels) geen sprake is geweest. Geen maatregel.

Tuchtcommissie Stichting Tuchtrechtspraak Mediators, 2004, vierde zaak', bekend uit ADR Actueel, 2005, nr.3
Geklaagd werd ondermeer over de trage afhandeling van de mediation. De mediator was maandenlang onbereikbaar geweest, antwoordde niet op brieven en telefoontjes en weigerde (in strijd met art. 4, lid 1 van de NMI Gedragsregels) iets van de bereikte resultaten en gemaakte afspraken op papier te zetten. De Tuchtcommissie respecteerde op zichzelf de reden van de afwezigheid en de inactiviteit van de mediator, die in diens priv-sfeer is gelegen, en benadrukte dat het uitsluitend gaat om de vraag of de voortgang van de mediation op afdoende wijze is gewaarborgd'. Dat was volgens de Tuchtcommissie niet het geval, zodat (ook) dit klachtonderdeel gegrond werd bevonden. Volgt berisping.

Tuchtcommissie Stichting Tuchtrechtspraak Mediators, 2004, vijfde zaak', bekend uit ADR Actueel, 2005, nr.3
De mediation had geleid tot overeenstemming, die in een convenant werd vastgelegd. Er hadden al twee versies van het convenant de revue gepasseerd, de derde, waarin de laatste wijzigingen zouden worden aangebracht waarover partijen het eens waren geworden, zou de definitieve zijn. Toen de vrouw het convenant kwam tekenen, was de mediator niet op kantoor, zijn secretaresse legde het convenant ter tekening voor. Later bleek de ondertekende akte een voor de vrouw nadelige kostenparagraaf te bevatten, die in de beide eerdere versies had ontbroken en waarover de vrouw zich ook geen afspraken kon herinneren. De Tuchtcommissie was van oordeel dat het minste dat van de mediator verwacht kon worden [was] dat hij bij het tekenen van het convenant aanwezig was om uitleg te geven over de in het convenant aangebrachte wijzigingen. Dat geldt eens te meer omdat het hier gaat om een ongebruikelijk beding, waarop klaagster naar het oordeel van de Tuchtcommissie niet bedacht hoefde te zijn.' Het klachtonderdeel werd dan ook gegrond bevonden.

Tuchtcommissie Stichting Tuchtrechtspraak Mediators, 2004, zesde zaak', bekend uit ADR Actueel, 2005, nr.3
Op een gegeven moment wilde werkgever zijn zoon (en bedrijfsopvolger) alsnog in de mediation betrekken. Daar was klager op tegen. In een poging deze patstelling tot een oplossing te brengen, zodat de mediation doorgang zou kunnen vinden, belegde de mediator een bijeenkomst van alle drie de betrokkenen, inclusief de zoon. Deze bijeenkomst leidde er echter toe dat de mediation beindigd werd. De klacht dat de mediator buiten toestemming, zelfs tegen de wil van klager, een derde in de mediation had betrokken werd afgewezen. De Tuchtcommissie oordeelde dat de mediator mogelijk een andere afweging had kunnen maken, maar dat betekende volgens de Tuchtcommissie niet dat hij in tuchtrechtelijk opzicht verwijtbaar had gehandeld.

 

Onze organisatie   Het team van Result ADR   onze mediators   onze arbiters   publicaties   algemene voorwaarden   vestigingen   links   contact